Wat is voor mij een depressie?

 

Het is iedere dag. Ieder uur, minuut, soms zelfs seconde. Bij iedereen altijd net anders, bij mij elke keer hetzelfde, een liedje op repeat. Woorden herhalen tot in de eeuwigheid, dingen willen maar niet kunnen. Energie en motivatie kwijt. Geen uitweg vinden, dezelfde berg op moeten klimmen om er vervolgens weer vanaf te vallen. Verlangen naar het schuilen terwijl het steeds maar stormt. Oneindige regenbuien. Ik wil stoppen maar alles wil door.

 

Het is kruipen tot mijn knieën open liggen. Een soort oorlog, maar álle partijen ben ik. Het is hechten aan de donkere hoekjes in mijn hoofd, er stilzitten, weg willen maar niet zonder kunnen. Het is pillen slikken, vertrouwen op de kleine witte dingen, en vertrouwen op nog zo veel meer. Het is praten of juist niet. Alleen zijn, ook met mensen om je heen. Alleen bestaan. Niet twee maar één. Niets kunnen zien of horen, verdrinken in de pijn. Jezelf niet zijn.

 

Het is haat en kwaad zo groot dat het je opslokt. Het is alles ten onder zien gaan, toekijken, niets kunnen doen. Gek worden, gek zijn. Onbegrip. Soms is het lachen omdat dat moet. Het is ook mensen niet begrijpen, staren zonder iets te zeggen. Het is geen brug kunnen bouwen, een deur die ik niet open krijg. Klein zijn, zo verdomde klein. Ik verzuipend blind, doof en leeg. Spijt hebben van alle keren dat ik zweeg. Helemaal op en toch nog verder willen, of niet willen. Alles niet willen, niks meer willen, nooit meer willen.

 

Licht moest mooi zijn maar ik zie het niet. Kapot van het kruipen. Word ik ooit nog beter? Blinder zijn dan ik al was. Zinloos, kansloos en vergaan. Het is ver gaan. Verder gaan dan je eigenlijk kon. Het is vechten. Strijden. Verliezen, winnen, vallen, opstaan. Niet opgeven. Doorgaan. Ademhalen, toch proberen te kijken, toch proberen te zien. Het is steentjes zoeken. Bouwen, keihard vertrouwen. Na het kruipen weer opstaan, knietjes afvegen en verdergaan.